fbpx

 

In interviews die ik gedaan heb was dit een veel gehoorde uitspraak van werkende vrouwen die moeder zijn. Ik heb die nooit gekend en dit is hoe ik dat voor elkaar kreeg. Tot vorig jaar heb ik altijd gewerkt in een baan. Er is een periode geweest dat ik werkweken maakte van 50 uur met uitschieters naar boven. Ik vond het leuk en ik wilde graag carrière maken.

Toen ik voor het eerst zwanger was, wist ik dat deze werkweken in combinatie met moeder zijn niet leuk zou vinden. Ook wist ik van te voren heel duidelijk dat ik niet het gevoel wilde hebben de dingen steeds maar half te doen. Als ik thuis was, wilde ik thuis zijn en niet ook met werk bezig zijn. Als ik op mijn werk was, wilde ik met mijn werk bezig zijn en niet met thuis. Waarom? Ik wilde van beide genieten en ik wilde het niet allemaal maar half doen.

 

  1. Meer productief
    Omdat dit zo belangrijk voor me was, ben ik eerst maar eens gaan kijken naar hoe ik productiever kon zijn. Ondanks dat ik een dag minder werkte en mijn overuren drastisch naar beneden gingen, had ik niet het gevoel onvoldoende bij te dragen. Op dinsdag wist ik dat ik de volgende dag vrij zou zijn. Sommige deadlines schoven daarom naar voren en ik zorgde ervoor dat ik die deadlines haalde.
  2. Minder perfect

    Productiever zijn bereikte ik ook door mijn perfectionisme meer en meer los te laten. Mijn focus lag op de grote lijn. Ik hoefde van mezelf niet meer alles tot in de puntjes te doen. Ik had anderen dat regelmatig zien doen en dacht, dat kan ik ook wel. Offertes minder uitgebreid (was voor klanten vaak ook fijn ;-)), mailtjes vervangen door bellen en sommige dingen deed ik niet eens meer. Geen haan die er naar kraaide. Met 75% van mijn inzet haalde ik nog steeds mijn resultaten. Heerlijk! Het enige waar ik op dat moment spijt van had is waarom ik dat niet eerder gedaan heb.

  3. Wat heb je nodig het los te kunnen laten?

    De laatste en misschien wel de meest belangrijke, is de volgende. Ik begon elke ochtend vroeg om files te vermijden. Elke dag rond 15.00 uur controleerde of ik de belangrijkste dingen van die dag daadwerkelijk afgerond had. Was het antwoord daarop nee en moest het die dag af, dan ging daar op dat moment mijn aandacht naar uit. Had ik wat meer tijd, dan was dat mijn prio voor de eerstvolgende werkdag. Soms was het nodig dat ik toch ‘s avonds wat moest doen of op mijn vrije dag. Ok, geen probleem.

    Wat de situatie ook was, dit was voor mij de manier waarop ik eigenlijk elke dag op tijd naar huis kon en mijn werk achter me kon laten. Had ik het niet af, dan had ik het wel ingepland. Ik kon het loslaten. Natuurlijk gebeurde er wel eens iets onverwachts en zat ik nog een kwartier te bellen in de auto op de parkeerplaats bij de crèche. Maar dat was eerder uitzondering dan regel.

    Was ik met de kinderen en ging mijn werktelefoon, dan maakte ik heel bewust de keuze of ik ‘m wel of niet opnam. Soms lukt het gewoon echt niet. Ik appte soms nog wel. En soms ook niet. Mensen wennen daar heel snel aan.

    Dit is hoe ik ervoor zorgde dat ik als werkende moeder niet of nauwelijks het gevoel heb gehad de dingen half te doen. Ik zeg niet dat het niet druk was, soms misschien wel te druk, maar ik heb altijd de aandacht aan mijn verschillende rollen kunnen geven zoals ik die wilde geven.

     

    Liefs, Susan

PS Wil je jouw ervaring delen? Dan kan in de besloten Facebook groep Plezierinspiratie.